Janne hief haar hoofd op en keek hem aan, terwijl ze wanhopig haar best deed om haar tranen te bedwingen. “Je kunt me niet zomaar achterlaten en doen alsof er niets gebeurd is”, zei ze met trillende stem, “je kunt het verleden niet zomaar wegvegen en verdergaan.” Hij opende zijn mond om te antwoorden en sloot hem toen weer. De woorden die hij had willen uitspreken bleven ergens tussen hen in hangen. “Je kunt me niet zomaar achterlaten”, zei ze weer, dit keer met een lichte snik op het einde van haar zin. Hij draaide zijn hoofd weg, alsof hij haar niet aan durfde kijken. Ze stond vlak voor hem, de zon scheen genadig op hen neer. Het was vreemd, ze voelde zich helemaal niet zoals ze zich anders in augustus voelde. “Je zei dat je van me hield”, mompelde ze zachtjes en keek hem half aan. “Ik houd ook van je”, zei hij met vaste stem. Ze hoorde dat hij het meende. “Laat me dan niet alleen”, smeekte ze. “Je weet dat ik dat moet”, probeerde hij haar uit te leggen. Ze schudde haar hoofd. “Dat moet je niet”, zei ze, vastbesloten hem te overhalen. “Je hebt me verteld dat je er voor mij zou zijn, ook als we het moeilijk zouden krijgen. Jij wil niet verder omdat je mij niet mee wil trekken. Dit is zo’n moment. En wat doe je? Je loopt weg.” Het klonk scherper dan ze bedoelde. “Dat doe ik niet”, sputterde hij, “maar het is niet eerlijk als ik jou ongelukkig maak omdat…” Zijn stem stierf weg. “Omdat je twijfelt aan onze relatie, omdat je twijfelt of je niet een deel van je leven vergooit”, gooide ze hem toe. Hij keek haar geschrokken aan. “Zo zou ik het niet verwoorden”, zei hij ongemakkelijk. Janne haalde haar schouders op. “Ik ga het niet mooier maken dan het is.” Hij ging ongemakkelijk met een hand door zijn haren. “Janne…”, smeekte hij. Ze weeg en boog haar hoofd. “Ik… zie je nog wel”, mompelde hij. Hij kuste zacht haar voorhoofd en liep langs haar heen. Janne staarde hem na door het raam, tot ze hem niet meer zag

Langzaam liet ze zich in een stoel zakken en ging met haar handen door haar rode haren. Uit de woonkamer klonken de stemmen van haar twee kleine zusjes. Ze zuchtte en verborg haar hoofd in haar handen. Zo meteen kwamen haar ouders thuis, ze moest de indruk wekken dat ze ernstig aan het babysitten was. Ze dwong zichzelf om op te staan en liep naar de woonkamer. Naz en Evelien zaten braaf voor het televisietoestel naar Hopla te kijken. “Janne!” kraaide Naz toen haar zus binnenkwam. Janne glimlachte en aaide haar zusje over haar blonde krullen. Ze beet op haar lip en probeerde haar tranen te verdringen. De televisie bleef lawaai maken en ze wenste het konijn plotseling ver weg. “Is het leuk?” vroeg ze met onvaste stem aan Evelien, die heftig knikte en een heel verhaal begon af te steken over hoe het konijn net uit een stoel gevallen was en een stukje taart had gegeten. “Prachtig”, mompelde Janne en ging bij haar zusje zitten. Op het moment dat Hopla bij zijn vriendjes stond, kwamen haar ouders thuis. “Hoi mam, hoi pap”, mompelde Janne, “ik ga nog even naar Esther.” Haar ouders knikten. Het was warm genoeg, dus ze hoefde geen jas aan te trekken, vond ze en stapte in haar T-shirtje en rode rok op haar fiets. Ze moest opletten dat de stof niet tussen de spaken draaide, maar uiteindelijk kwam ze heelhuids op haar bestemming aan. Esther, zijn zus, opende de voordeur. “Hallo”, zei ze verbaasd. Janne glimlachte gelaten. “Kom je voor Ward? Die is net vertrokken naar zijn groepje. Jullie hadden toch repetitie?” deelde Esther mee. Janne staarde haar even aan voor de woorden eindelijk tot haar doordrongen. “Dat was waar ook”, mompelde ze en liep weer naar haar fiets. “Nog bedankt!” riep ze over haar schouder toen ze vertrok. Esther zwaaide en sloeg de deur dicht. Verbeten duwde Janne op haar trappers. Zij, Ward en nog een aantal vrienden – voornamelijk van hem – hadden samen een muziekgroepje opgericht. Janne zong en schreef de liedjes. Pas toen ze afsloeg en het kleine paadje naar hun repetitielokaal opreed, besefte ze dat ze haar map niet bij had. En dus ook de nieuwe teksten die ze geschreven niet. Kwaad op zichzelf mepte ze op haar stuur en kwam daardoor bijna in de gracht terecht. Ze zuchtte en kneep haar remmen dicht toen ze eindelijk bij de schuur aangekomen was. Ze treuzelde toen ze haar fiets vastzette en bleef enkele momenten naar de klink kijken voor ze de schuurdeur opende. Het geluid van Sanne die op haar drumstel roffelde kwam haar tegemoet en ze bleef in de deuropening staan. Toen de anderen haar opmerkten, stopte iedereen met spelen en werd het muisstil. Ongemakkelijk staarde Janne naar de grond. Had hij het nu echt aan iedereen moeten vertellen? “Hallo Janne”, riep Sanne haar toe vanachter het drumstel. Janne forceerde een glimlach en liep naar de groep toe. Ze ontweek zijn blik, terwijl de voelde dat hij haar volgde met zijn ogen. “Ik heb mijn map niet bij me”, zei ze zacht op verontschuldigende toon. “Maakt niet uit”, wuifde Sam dat weg en zette zijn gitaar aan de kant. Ward volgde zijn voorbeeld en ook Sanne kwam vanachter haar drumstel uit. Ze haalde een bak bierflesjes tevoorschijn en deelde uit. “Eigenlijk was het jouw beurt”, zei ze op bestraffende toon tegen Sam, die gelaten zijn schouders ophaalde. Janne zuchtte onhoorbaar. De drie rolden naadloos in een gesprek en zij stond erbij en keek ernaar.

Toen ze na de repetitie op haar fiets stapte en wegreed, hoorde ze hoe Sanne haar achterna reed. “Janne!” riep ze. Janne remde een beetje. Sanne moest helemaal de andere kant op, wist ze. “Hoi”, begroette ze haar toen ze naast haar kwam fietsen. “Hoe gaat het met je?” informeerde Sanne voorzichtig. Janne haalde haar schouders op. “Alsof ik een puzzelstukje ben dat niet in zijn puzzel past”, zei ze met verbitterde stem. Sanne zweeg weifelend. “Als er iets is wat ik kan doen…”, waagde ze uiteindelijk voorzichtig. Janne trok haar mondhoeken omhoog. “Ik dacht dat… dat…”, ze kon niet uit haar woorden komen en gaf het uiteindelijk ook maar op. Sanne knikte, ten teken dat ze het begreep. “Hij is je nooit waard geweest”, mompelde ze onwennig. Ze wist niet goed hoe ze moest reageren op de woorden van haar vriendin. Janne snoof. “Dat is hij wel”, verdedigde ze hem meteen. Sanne schudde haar hoofd. “Nee, dat is hij niet”, fluisterde ze zachtjes, maar Janne deed alsof ze haar niet hoorde. Sanne zweeg. Ze wist dat Janne nu geen boodschap had aan alle dingen over hem waarvan ze wou dat ze, ze zou inzien. “Het is mijn schuld”, hoorde ze haar mijmeren, “ik heb hem verstikt.” Sanne rolde met haar ogen. “Janne…” begon ze. “Het is waar”, zei Janne fel. Sanne schudde zwijgend het hoofd. “Verdomme, Janne, hij was degene die jou verstikte!” Janne reageerde niet op die woorden, maar remde plotseling. Sanne nam aan dat zij moest doorrijden en deed dat dan ook. Toen ze afsloeg keek ze opzij en zag haar staan, aan de kant van de weg, met haar fiets in haar ene hand, nadenkend voor zich uit starend.

Het begon al te schemeren toen Janne besefte dat ze naar huis moest. Haar ouders zouden zich ongerust maken en ze konden haar op geen enkele manier bereiken. ‘Ze denken vast dat je gewoon nog iets gaan drinken bent’, vertelde ze zichzelf en ze wist dat dat waar was. Maar ze wist ook dat, als ze niet vóór het donker thuis was zonder te verwittigen, er wat zwaaide en ze dan de eerste twee repetities thuis zou moeten blijven. Dus stapte ze langzaam op haar fiets en zette zich in beweging. Het was een warme avond en het zag er naar uit dat het die nacht ook nog warm zou zijn. Janne zuchtte. Ze wist nu al dat ze geen oog dicht zou doen. “Ik heb je nodig”, fluisterde ze zachtjes tegen niemand in het bijzonder. Op het anders zo drukke kruispunt waar ze langs moest, was nu geen auto te zien. Janne reed over zonder te kijken. Het licht stond op rood. Iets had haar emoties uitgeschakeld. Toen ze haar fiets wegzette in de garage kwam haar moeder naar buiten gerend. “Liefje! Waar ben je geweest? Ik heb naar Sanne gebeld en naar Ward en…”, Janne zweeg en liet de stortvloed van woorden gelaten over zich heen komen. “Ik vond het licht zo mooi”, zei ze uiteindelijk zacht. Haar moeder keek haar verstomd aan. Janne liep langs haar heen, naar haar kamer. Daar bleef ze tegen de deur staan leunen. Uiteindelijk legde ze de cd ‘de Aristocats’ op en ging op haar bed liggen. Hij had haar muziekkeuze altijd vreemd gevonden. Kwaad rolde ze zich op haar buik en verborg haar hoofd in haar kussen. Ze wou niet aan hem denken. Plots begon haar gsm, die op haar nachtkastje lag, te zingen. Met een zucht keek ze op het schermpje. Ward. “Sorry”, fluisterde ze zachtjes en drukte op ‘weigeren’. Een halve minuut bleef het ding stil. “Ik wil niet met je spreken!” gilde Janne. Koppig bleef het lawaai maken. “Hallo?” vroeg ze nors. Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. “Janne?” klonk het uiteindelijk aarzelend. Janne bleef zwijgen. “Ik bel je omdat euh… Sanne zei dat je nogal aangedaan leek en ik wou even zeggen… Gaat het wel met je?” Zijn woorden maakten haar woedend. Natuurlijk ging het niet. “Slaapwel, Ward”, zei ze met een koele stem en hing op. Hij belde meteen weer, maar ze weigerde op te nemen. Toen hij het na drie minuten nog steeds niet opgegeven had, keilde ze de gsm naar de andere kant van de kamer. Hij kwam recht op een kussen terecht en bleef vrolijk zingen. Gefrustreerd kwam Janne overeind, nam de gsm en verstopte hem onder de stapel kussens. Het geluid van haar beltoon was nu alleen nog maar vanuit de verte te horen. Ze zette haar muziek wat luider en ging tevreden weer liggen. Soms was weglopen gewoon de enige oplossing.

Toen ze een week later door de stad liep, gaf ze het dan maar toe aan zichzelf. Ze moest hem laten gaan. Sanne had gelijk gehad, hij was haar inderdaad niet waard geweest. Ze stond voor de etalage van de H&M en keek naar een truitje. “Best leuk”, zei Esther naast haar. Janne glimlachte. Het was een zwart T-shirt met opdruk. Ze wist dat Ward er niet van hield. “Het is inderdaad leuk”, fluisterde ze en ging de winkel binnen. “Hoe gaat het nu met je?” vroeg Esther voorzichtig terwijl Janne afrekende. Ze vermoedde dat ze dat had moeten vragen van Ward. “Ach”, probeerde ze luchtig te zeggen, “ik sla me er wel weer door.” Ze keek Esther zijdelings aan. Hoe zou het met Ward zijn? “Hij mist je wel”, beantwoordde Esther haar onuitgesproken vraag, maar Janne had het gevoel dat ze dat alleen maar zei omdat ze wist dat Janne het graag zou horen. “Misschien is het wel beter zo.” Het was geen vraag, het was haast een bevel. Janne knikte onwillig. Misschien was het inderdaad wel beter zo. “Ik mis hem ook”, zei ze zo normaal mogelijk en nam het zakje met haar T-shirt aan. Esther zweeg. Er was iets in haar blik wat voor Janne bevestigde wat ze al lang vreesde, maar weigerde te geloven. “Hoe heet ze?” gokte ze. Esther boog het hoofd. “Silvia. Hij heeft haar leren kennen…” Janne schudde haar hoofd en Esther hield haar mond. “Leuk voor hem”, zei ze lusteloos en liep de winkel uit. “Ik dacht dat je het wist”, zei Esther toen ze haar achterna kwam. “Nee”, zei Janne zo zacht dat Esther het haast niet verstond. Beiden liepen zwijgend naast elkaar. Voor zichzelf nam Janne een besluit. Ze moest verder zonder hem en dat zou ze doen ook. “Zin in een ijsje?” vroeg ze aan Esther. Haar glimlach was geforceerd en haar stem trilde, maar het was een begin. Zij zou er wel komen.

Reageer




Neem een tas chocomelk

en kom er gezellig bijzitten. Je bent gestrand op de weblog van Anke aka Bloempot en Arre enzovoorts, een dertienjarig meisje dat houdt van muziek als Yasmine en Greenday (jaja, logica), lezen en schrijven. En ook wel van jou, omdat je zo lief bent hier te komen kijken.

&meer

Muziek: Eva De Roovere // Leest: Op het moment niets // Schrijft: De eenzame fietser - Persoonsbeschrijving Amélie // Voor fan- love- hatemail en dergelijke meer [geen spam?]; arre_anneke@hotmail.com en dan krijg je vanzelf wel antwoord.