Op een mooie dag, waarop de vogeltjes vrolijk floten, liep er eens een eetlepel door het bos.
Het was een warme zomerdag en eetlepel had het erg warm, hoewel hij zich pas ondergedompeld had in een beker ijsblokjes.
Hij was er daarna echter ruw weer uitgehaald door Hand, wat hij maar eng vond. Daarom rende hij nu door het bos, om de anderen te waarschuwen dat Hand weer in het land was.
Toen hij in het Keukendorp kwam, werd hij bijna omvergelopen door Keukenpan, die gillend op en neer sprong en aan iedereen die het horen wou verkondigde dat hij zonet een ei had moeten bakken – het vernederendste wat een keukenpan kon doen.
Eetlepel vond zijn nieuws echter nog veel schokkender. Hij eiste de aandacht op, waardoor Keukenpan hem woedend aankeek.
“Wie denk jij wel dat je bent?” vroeg hij duidelijk gekwetst. “Maar luister nou”, probeerde Eetlepel wanhopig, “het is echt belangrijk!”
“Wat kan er nu belangrijker zijn dan dat ik net een ei gebakken heb?” schreeuwde Keukenpan. Hij ging op een verhoogje staan.
“Hand is in het land stomme anti-aanbaklaag!” riep Eetlepel. Hij bereikte hiermee het gewenste effect, het was opeens doodstil op het Keukenplein en in geen enkel van de huisjes-in-de-vorm-van-eetwaren was nog beweging te zien.
“Ja, verschrikkelijk,” zei Keukenpan toen verveeld. “Weet je, als jullie nu allemaal naar mij luisteren, beloof ik dat ik de machtige Hand zal verslaan.”
Meteen klonk er overal gegil van het vrouwelijke keukengerei – iedereen vond Keukenpan namelijk erg knap – en Suikerpotje piepte: “Echt waar, machtige Keukenpan?”
“Zie ik eruit alsof ik zou liegen?” vroeg Keukenpan zelfingenomen. Er weerklonk gejuich, en alleen Eetlepel bleef hem nog kritisch aankijken; Hand verslaan was toch gewoon onmogelijk…
“Dan houden wij vannacht, voor je vertrekt, een groot feest!” riep Melkkan opgetogen. Keukenpan trok bleek weg. “Vannacht al?” vroeg hij kleintjes.
“Ja. Als je je belofte wil waarmaken, moet je dat maar meteen doen,” zei Eetlepel kordaat, maar niemand die naar hem luisterde – ze namen Keukenpan op hun schouders en het feest begon dadelijk.
Kookboek rende naar zijn huisje in de vorm van een reuzetomaat en begon taarten naar het Keukenplein te slepen, die met veel plezier verwelkomd werden.
Theekopje sprong zelfs recht in een grote slagroomtaart, zo enthousiast was ze.
“Kom daar onmiddelijk uit!” riep Eetlepel boos, Theekopje was namelijk zijn dochtertje. “Ja papa”, kweelde deze en hupte met haar kleine voetjes naar hem toe.
Theepot, Eetlepels vrouw, stond vanop een afstandje vertederd te kijken. Het feest ging door tot een gat in de nacht, waarna de tweeling Pannenlikkers snel het gat in de nacht moesten dichtstrijken.
Die ochtend stond het hele dorp te wachten voor het huis van Keukenpan tot hij zou komen, maar hij liet zich niet zien. “Zal ik binnen eens gaan kijken?” stelde Eetlepel voor.
Dat leek de anderen wel een goed idee en Eetlepel ging het huis in. “Wees voorzichtig,” zei Theepot tegen hem. “Ik vertrouw die Keukenpan niet.”
“Jij ook niet?” mompelde Eetlepel, terwijl hij de deur openduwde.
Van zodra hij een voet over de drempel gezet had, voelde hij hoe hij het huisje binnengesleurd werd. De deur viel onverbiddelijk achter hem dicht.
Hij werd helemaal tot in de woonkamer geslingerd, waar Keukenpan op de salontafel stond in piratenkledij.
“Wat heeft dit te betekenen?” vroeg Eetlepel zo streng mogelijk, nog wat wiebelig van de kracht waarmee hij door het huisje geslingerd was.
“I will rule the world!” riep Keukenpan met diepe stem uit.
Eetlepel knipperde verbaasd met zijn ogen. “Wat zeg je? Ik ben mijn hoorapparaat vergeten, vrees ik.” Keukenpan rolde met zijn ogen. “Dat mag je niet doen, je verpest het effect van die zin”, siste hij, “in films doen ze het ook altijd zo.” Beschaamd keek Eetlepel naar de grond.
Keukenpan zuchtte. “Ik zei: I will rule the world! Ik ga de wereld overheersen, als je geen Engels kan.”
“Oh”, deed Eetlepel begrijpend. Het was even stil. “Hoe dan?” vroeg hij plots. Keukenpan stampvoette. “Nou geen moeilijke vragen gaan stellen!”
“Dat is geen moeilijke vraag!” zei Eetlepel verontwaardigd. “Je moet gewoon Hand verslaan, idioot.”
“Waarom vraag je het als je het weet?” schreeuwde Keukenpan woedend. Eetlepel zweeg. “Ik ga Hand niet verslaan”, verklaarde Keukenpan, “ik ga de WERELD veroveren. Dus ik heb het veel te druk om Hand te verslaan. Als je me nu wilt excuseren?”
“Maar…” begon Eetlepel. “WEG!” riep Keukenpan. “Hij is gek geworden,” mompelde Eetlepel.
“Ik ben niet gek”, protesteerde Keukenpan gekwetst. “Alleen druk bezig. Of wil je me soms helpen? We zouden elk de helft van de wereld kunnen veroveren!” Hij keek Eetlepel hoopvol aan.
Die twijfelde. “Dat moet ik even aan mijn vrouw vragen.”
Keukenpan zuchtte. “Niks van! Je bent toch geen handdoek?”
“Een handdoek?” vroeg Eetlepel onbegrijpend.
“Ja, een handdoek! Jongen, waar leef jij de laatste tijd? Op Mars? Iedereen weet dat handdoeken onder de sloef liggen! En niet alleen omdat ze de enige zijn die plat genoeg zijn om eronder te kunnen!” Eetlepel haalde zijn schouders op.
“Tja, dat zal dan allemaal wel, maar als ik het niet aan mijn vrouw mag vragen, dan kan je mijn hulp sowieso vergeten,” zei Eetlepel.
Keukenpan schudde zijn hoofd. “Het is haar verjaardagscadeau. Ze verjaart toch?” Eetlepel fronste zijn niet-bestaande wenkbrauwen. “Over zeven maanden”, zei hij aarzelend. “Wel dan! Dacht je soms dat de wereld veroveren op één dag gebeurde?” riep Keukenpan opgetogen uit.
“Jamaar… En Theekopje dan?”
Keukenpan zuchtte. “Komt er nog wat van? Houd op met zeuren, gebloemde verlepte keukenhanddoek!” De tranen sprongen Eetlepel in de ogen. “Ach… Ik zal hen dan wel schrijven”, mompelde hij verlegen.
“Zo mag ik het horen,” zei Keukenpan. “Dit verhaal wordt al lang genoeg, het wordt tijd dat we vertrekken.”
Eetlepel aarzelde nog even, maar volgde Keukenpan toen toch naar zijn ondergrondse gang die naar het CentrumVanDeWereld leidde. Het was een lange tocht, dus nam hij een appel mee, voor als hij honger zou krijgen onderweg.
Na een half uur hadden ze de hele lange tocht al afgelegd, zo gehaast was Keukenpan om de wereld te veroveren.
“Pff”, hijgde Eetlepel, “kunnen we niet heel even wachten, Keukenpan? Ik voel mijn voeten niet meer!” Keukenpan rolde met zijn ogen. “Je kan niet iets voelen wat je niet hebt.”
“Maar… kijk dan!” protesteerde Eetlepel, terwijl hij zijn voeten in de lucht stak. “Hoe denk je anders dat mijn dochter aan van die schattige pootjes komt?”
“Nee”, wees Keukenpan hem terecht, “dat zijn papieren voeten die ik je voor je verjaardag heb gegeven omdat je zo graag voeten wou. Heb je nu ook al geen geheugen meer?” Meewarig schudde hij zijn hoofd en liep verder.
“Je hebt me helemaal nooit iets voor mijn verjaardag gegeven!” riep Eetlepel verontwaardigd uit. Nu maakte Keukenpan het toch echt te bont met al zijn leugens.
De twee vrienden – nouja, hoe noem je het anders – ruzieden nog een tijd verder, tot Keukenpan plots stopte met lopen en Eetlepel tegen hem aan knotste.
“Wat doe je nou weer! Nu zijn mijn voeten gekreukt!” Geschrokken sloeg hij zijn hand voor zijn mond. “Niet dat ze van papier zijn of zo”, mompelde hij. Keukenpan negeerde die opmerking.
“Kijk dan,” siste hij, terwijl hij voor zich uit wees.
Eetlepel keek zoekend in de verte, maar, het moet gezegd worden, Keukenpan had nu eenmaal een veel scherper zicht dan Eetlepel – logisch, zijn ogen waren veel groter – dus hij zag niets bijzonders. “Wat is er te zien?” vroeg hij nieuwsgierig.
“Blinde mol!” schold Keukenpan hem uit.
“Huh? Loopt daar een blinde mol?” vroeg Eetlepel verbaasd.
Keukenpan bonkte van pure frustratie met zijn hoofd – alias pan – tegen de muur. “Wat doe je nou?” vroeg Eetlepel geschrokken, “straks doe je je nog pijn!”
Keukenpan knarsetandde, maar maakte maar geen woorden meer vuil aan Eetlepel. Dat bleek echter meteen een slecht idee, want nu zou hij het gevaar dat hij gezien had, moeten uitbeelden om hem te waarschuwen.
Hij tekende een grote ronde cirkel in de lucht, met twee kleine beentjes aan, bijna te klein om het gewicht van de cirkel te dragen. “Wat is dat nu weer?” vroeg Eetlepel met gefronste wenkbrauwen.
Keukenpan zuchtte.
“Oké, oké, ik zal raden,” zei Eetlepel snel. “Is het… de zon met pootjes? Een slecht getekend konijn? Een helikopter?”
Keukenpan schudde woest het hoofd. Hij tekende een ‘H’ in de lucht en een ‘A’ en een ‘L’… “Ik weet het!” riep Eetlepel, ditmaal met een angstige uitdrukking op zijn kleine gezichtje.
“Maar Hand is toch niet rond met pootjes?”
Keukenpan slaakte een kreet. “Haljoen idioot!” schreeude hij. “Het is een wahhelende haljoen en ondertussen staat hij al vlak achter je!”
“Oooh, een waggelende Galjoen. Zeg dat dan, idiote Oost-Vlaming-met-een-verkeerd-accent,” mopperde Eetlepel, maar toen voelde hij dat er iets over hem heen kwam hangen. Iets met een érg vieze ademgeur.
Hij sperde zijn ogen wagenwijd open en gilde het – op een wel erg vrouwelijke manier – uit toen hij voelde hoe hij in de lucht getild werd.
“Help! Help!” riep hij naar Keukenpan, maar die haalde zijn schouders op.
>“Sorry, maar ik heb echt geen tijd om je te redden. Ik moet de wereld veroveren. Erg jammer voor je vrouw en dochtertje – alhoewel, ik heb ook alleen nog maar last van je gehad, dus zij waarschijnlijk ook. Vaarwel!” En met een luid, wansmakelijk gekraak verdween Eetlepel in de Galjoenenbek.
De Wahhelende Galjoen waggelde voldaan verder, zonder Keukenpan een blik waardig te keuren. Die haalde een krijtje uit zijn tas en zette een kruis op de muur. ‘Eetlepel’, schreef hij, ‘gestorven voor het goede doel.’
“Goed,” zei hij toen bij zichzelf. “Hoe ga ik het nu aan boord brengen om de wereld te veroveren?”
Hij dacht lang na, tot hij plotseling door een fel licht verblind werd. Verbaasd keek hij naar de TL-lamp die boven zijn hoofd hing. “Ik heb een idee!” riep hij uit.
Hij rende een tunnel in en knalde meteen tegen de Galjoen aan.
Die stootte een vreselijke brul uit en draaide zich om naar Keukenpan. “Wat moet dat?” bromde hij met een afstotelijke stem. Keukenpan krabbelde overeind en keek de Galjoen arrogant aan. “Hoor eens even jij arrogant… díng, ik heb wel wat beters te doen! Ik moet de wereld gaan veroveren!”
“Oh,” de Galjoen keek hem verbaasd aan. “Wat leuk! Mag ik meedoen?” Hij huppelde rond als een klein kind.
Keukenpan fronste zijn wenkbrauwen. “Euh… nee?” probeerde hij. De Galjoen keek hem gevaarlijk aan, maar dat zag hij niet. “Je bent een irritant, slechtruikend, rond, waggelend, galjoenachtig ding en die zijn helaas niet in staat de wereld te veroveren. Prettige dag nog verder.”
De Galjoen begon te snikken, maar de Keukenpan hield zich voor dat een wereldheerser niet te beïnvloeden moest zijn, dus hij ging verder. Aan het eind van de tunnel brandde een licht.
Hij stapte stevig door en al snel had hij het licht bereikt. Nieuwsgierig keek hij om zich heen.
Een oude man met een lange witte baard kwam op hem af.
“Albus Perkamentus?” vroeg Keukenpan.
“Huh? Wie? Hoe kom je daar nou weer bij?” zei de oude man met opgetrokken wenkbrauwen.
“Gandalf dan?” gokte Keukenpan opnieuw.
“Nee, dom stuk keukenmateriaal! Sinte-Pieter!”
Keukenpan sperde zijn ogen wijd open. “Maar… maar… ben ik dan dood… of zo?” piepte hij op een toon die voor een wereldheerser niet aanvaard zou mogen zijn.
“Dood?? Man… Ik bedoel pan, je raaskalt!” Sinte-Pieter keek hem aan alsof hij niet goed wijs was.
Keukenpan kreeg tranen in zijn ogen. “Hoe zit het dan?” snifte hij en keek Sinte-Pieter vragend aan.
“Jij wou toch de wereld veroveren?” vroeg Sinte-Pieter streng.
“Ja”, mompelde Keukenpan en droogde gauw zijn tranen. “Ja”, zei hij opnieuw, dit keer met vastere stem.
“Wel-” De oude man klonk plots veel vriendelijker. “Als ik jou nu gewoon mijn zegen geef, dan ben jij de heerser van de hele wereld.”
“Nou, doe dat dan”, zei Keukenpan, misschien een beetje onbeleefd. Dat had hij echter zelf niet door, want Keukenpan was nooit echt goed opgevoed geweest – toen hij drie dagen oud was, ging zijn moeder ervandoor met een zoutvaatje.
Sinte-Pieter vergaf hem zijn zonde en gaf hem vervolgens zijn zegen.
“Muhaaaaaaaaaaaa!” riep Keukenpan de Almachtige uit.
“Ik ben de Almachtige Heerser van de wereld!” Hij balde zijn vuist en stak die de lucht in. Toen draaide hij zich om naar Sinte-Pieter. “Euhm… weet U misschien hoe ik weer in mijn dorp geraak? Kwestie van MIJN wereld ook te kunnen bekijken…?”
“Die deur daar,” wees Sinte-Pieter, die weer in zijn luie stoel ging zitten voor zijn middagdutje.
Keukenpan huppelde naar de deur, gooide hem open en sprong over de drempel. “Euhm, Sinte-Pieter?” piepte hij, “het is hier wel erg… donker”
“Doe dan het licht aan, idioot,” gromde de oude man hem toe. Hij haatte het als hij in zijn middagdutje gestoord werd.
“Ohja. Juist.” Keukenpan klikte snel het licht aan en maakte zich uit de voeten. Hij zag zijn dorpje al in de verte.
“Hallo! Jongens! Euh, keukengerei! Ik ben terug!” riep hij en zwaaide met zijn armen.
Het bleef echter doodstil. Uiteindelijk kwam Theepot naar buiten, met Theekopje op haar arm.
“Waar is Eetlepel?” vroeg ze bezorgd. “Heb je Hand nu verslagen?”
Daar stond Keukenpan met zijn mond vol tanden. Nouja, figuurlijk dan.
“Euh, tja… ik… euh….” mompelde hij. Kon hij hier als Heerser nu niets aan doen? Theepot keek hem onderzoekend aan.
Hij besloot maar eerlijk te zijn en legde alles uit. Terwijl hij zijn verhaal deed, kwam al het andere keukengerei naar buiten.
Theepot keek hem lang aan. Uiteindelijk verspreidde er een lach zich over haar gezicht. “Mijn held!” riep ze uit en omhelsde hem. “Ik was Eetlepel zó beu! Met zijn eeuwige gezaag! Maar we gaan niet trouwen hoor, dat is veel te ouderwets. We gaan samenwonen! En we beginnen een asiel voor kwijtgeraakt keukengerei, is lekker rustig.” Keukenpan keek haar beduusd aan. “Oké…” zei hij aarzelend.
Iedereen juichte. Alleen het kleine Theekopje begon te huilen. “Maar ik wil papa,” jammerde ze.
“Niet moeilijk doen”, fluisterde Theepot haar in het oor. “Oké”, zei het kleintje en lachte breed.
Er volgde een groot feest. Toen het bericht binnenkwam dat Hand was gestorven aan een hartaanval, werd de feestvreugde nog groter en begon het keukengerei zelfs vuurwerk af te steken (iets waar ze beter eerder op gekomen waren, dan waren ze Hand meteen kwijt).
Keukenpan, Theepot en Theekopje vormden een gezellig gezinnetje en ze leefden allemaal nog lang en gelukkig met Keukenpan als hun wereldheerser. Maar neem dat maar niet te serieus, want omdat hij zijn verdere leven nooit meer buiten het dorpje kwam omdat hij zo graag bij Theepot was, kwam het eigenlijk gewoon neer op burgemeester.
*eind*
0 Reacties tot “♥Over de Verschrikkelijke Keukenpan die de wereld veroverde”