Het was half augustus, toen ze haar fiets tegen de voorgevel van zijn huis zette en zelfverzekerd naar het hek liep. Ze wierp een voorzichtige blik over het terras. Hij lag languit op een ligstoel, duidelijk te zonnen. Ze kon een kleine glimlach niet verbergen. Ijdel was hij altijd al geweest.
“Geef me een knuffel”, zei ze zachtjes. Hij keek verbaasd op van zijn tijdschrift en keek haar aan. Langzaam kwam hij overeind uit de ligstoel waar hij op had liggen zonnen. Nu ze zo vlak voor hem stond, viel hem pas op hoe intens het blauw van haar ogen was, hoe haar rode haren glansden in de zon.
“Geef me een knuffel, Ian”, herhaalde ze haar woorden. Haar witte rokje golfde een beetje mee met het lichte briesje dat opstak. Verbluft keek hij haar aan. Wat probeerde ze te bereiken?
“Dan niet”, zei ze schouderophalend, draaide zich om en wou weglopen, naar het hek dat de tuin van de oprit scheidde. “Myra…”, probeerde hij haar tegen te houden. Vlakbij het hek haalde hij haar in. Ze draaide zich naar hem om en sloeg haar armen afwachtend over elkaar. Ze wist hoe defensief ze eruitzag. En eigenlijk genoot ze er wel van. “Ik… wat…”, hij keek verbaasd door de plotselinge verandering in haar houding. Dit was niet de stille, ietwat naïeve en hopeloos verlegen Myra die hij kende. Deze Myra kon hij niet paaien met mooie woordjes, niet temmen met een van zijn intense blikken. Haar masker was sterk.
“Ik heb jullie gisteren gezien”, gooide ze hem plotseling in het gezicht. Haar woorden troffen hem precies zoals ze gehoopt had.
“Niet schijnheilig gaan doen”, waarschuwde ze hem toen hij zijn mond opendeed om te reageren. Hij aarzelde even, maar koos ervoor om te blijven zwijgen. Dat maakte het voor Myra alleen maar makkelijker om verder te gaan.
“Ik weet niet of jij weet wat het betekent om iemands vriendje te zijn. Dat betekent óók dat je niet gezellig met een ander speeksel gaat gaan uitwisselen.” Bij elk woord leek hij ineen te krimpen. “Ik wist niet dat jij ook in de stad was”, mompelde hij. Dat leek haar alleen maar kwader te maken. “En dat maakt het allemaal rechtvaardig? Myra is er niet, dus ga maar een ander kussen?” Hij staarde naar de grond. “Ik wou je niet…” begon hij. “Kwetsen?” ze lachte schamper. “Dat is dan heel jammer, Ian, want dat heb je wel gedaan.” Ze zweeg een moment, om hem een kans te geven zich te verdedigen. Eigenlijk wou ze dat hij haar in zijn armen nam, haar vertelde dat ze verkeerd was, dat hij daar niet geweest was. Dat hij van haar hield en haar nooit zou bedriegen. Maar dat deed hij niet, hij was zijn tenen aan het bestuderen. Het maakte haar alleen maar kwader.
“Heb je het haar ook verteld?” vroeg ze fel. Hij keek verward. “Heb je haar ook verteld dat ze iets raar met je deed, alsof je een deeltje mocht uitmaken van haar droom, alsof je slechts een figurant was?” Hij boog zijn hoofd weer en voor Myra gold dat als een bevestiging. “Dat ik zo dom was je te geloven”, fluisterde ze zacht. Hij keek op. “Ik hield van je.” Het waren die woorden die haar zoveel pijn deden. “Zwijg”, beet ze hem toe. “Ik heb je niet meer nodig, Ian. Ik droom mijn leven vanaf nu wel zonder jou.”
Enkel een toevallige passant zag hoe ze met de rug van haar hand een eenzame traan wegveegde toen ze wegging.
Keilief verhaaltje, echt waar,(zoals we gewoon zijn van u e)
Ge moet u kleine verhalen ies uitwerken tot een boek, gij kunt keigoe schrijve
Greetz
-XXX-
Eva