…Odi et amo. Quare id faciam fortasse requiris?
Nescio, sed fieri sentio. Excrucior…
Ze schudde haar hoofd en kraste de regels weer door. In haar hoofd bonkten zijn woorden van de vorige avond nog door, hoe hard ze ook haar best deed om ze eruit te bannen. Ze keek op en liet haar blik over de speelplaats gaan. Ze ving zijn blik. Of hij ving haar blik. Ze onderschepten elkaar blik en hielden die enkele seconden vast. Geen van hen voelde de behoefte om weg te kijken maar zijn vrienden eisten zijn aandacht op. Ze keek terug naar haar blad en zag dat ze er een volledige streep over had getrokken. Ze zuchtte. Haar hart bonkte haast uit haar borstkas toen ze een nieuw blad van het schrijfblok afscheurde en haar penpunt op het papier zette. Haar handschrift was ietwat bibberig en bij het streepje van de ‘a’ schoot ze uit. Ze stond op en begon onopvallend zijn richting uit te lopen. Ze deed alsof het nodig was om rakelings langs hem te lopen en schoof het kattebelletje in zijn jaszak. Ze voelde aan de manier waarop hij zijn schouders rechte en zich half omdraaide dat hij het gevoeld had, maar ze bleef stoïcijns rechtdoor lopen. Het leek even alsof hij haar achterna zou lopen, in zijn gedachten had hij haar al ingehaald, maar hij bleef staan. Ze liep het schoolgebouw binnen en verbaasde zich erover dat ze nog ademde. Om het eens te testen hield ze haar adem even in, maar moest haar poging al gauw staken omdat ‘Die van het Secretariaat’ haar kwam zeggen dat ze naar buiten moest. Ze liep zwijgend langs de vrouw heen, die haar verontwaardigd achternakwam. Ze zweeg toen de vrouw tegen haar uitvloog. De verklaring die ze gaf was geheel niet waterdicht, maar het Secretariaatmens leek het te accepteren en ze liep verder de gang door. Haar blik gleed van het prikbord naar de deur van het klaslokaal. Daar hing haar jas, eenzaam en alleen aan de kapstok. Ze glimlachte. Het gaf haar een vertrouwd gevoel om bijna alleen door de gangen te lopen. Het herinnerde haar aan… Nee, daar mocht ze niet aan denken. Vastbesloten trok ze haar jas aan en naar buiten. Het was ijzig koud, maar ze voelde de koude niet. Haar ogen gleden over hem heen. Hij zag haar. Zij zag hem. Dit keer was zij het die haar blik afwendde. Opnieuw deed hij een stap in haar richting, maar zag er dan toch maar vanaf. Het meisje links van hem tetterde vrolijk verder en leek in het geheel niet doorhebben dat hij haar volgde met zijn ogen. Ze ging weer op ‘haar’ plaatsje zitten. Haar vriendin keek op, alsof ze niet gemerkt had dat ze weggegaan was. Ze glimlachte naar haar en nam haar pen weer in haar hand. En alsof er de voorbije minuten niets gebeurd was, schreef ze verder. Enkel zijn ogen, die haar bleven volgen, waren de overlevenden van deze momenten…
Het toestelletje klikte enkele keren en ze keek op het kleine schermpje om het moment dat ze zonet had vastgelegd nog eens te herbeleven. Een jong koppeltje, hand in hand op de kermis, elk om te beurt etend van de enorme suikerspin die ze in hun handen hadden. Ze keek zoekend om zich heen of ze hem nog niet zag, maar hij had plaatsgenomen achter de draaimolen en hield haar ongezien in de gaten. Dat wist ze, ze voelde zijn blik, maar weigerde naar de plaats waar hij zich verborg te kijken. Opnieuw trok ze een foto van het koppeltje, dat nu enthousiast stond te wachten aan de botsautootjes. Ze gleed met de zoeker langs de draaimolen en zoomde in. Ze kon een stukje van zijn hoofd zien en zijn linkerschouder. Doorheen de lens keek ze hem langdurig aan. Zijn blik was intens en hij kwam langzaam overeind. Op het moment dat ze ook zijn rechterschouder kon zien drukte ze af. Hij stond intussen rechtop en boorde zijn ogen in de hare. Doorheen de lens kon ze de donkerbruine kleur zien en iets in haar maag maakte een koprol. Ze liet het toestel zakken en wierp een snelle blik op de foto. Toen ze zich ervan vergewist had dat hij gelukt was, vestigde ze haar aandacht weer op het origineel. Hij stond nog steeds onbeweeglijk naar haar te kijken. Ongewild kwam er een kleine glimlach rond haar lippen. Van die afstand kon hij dat onmogelijk zien, maar hij moest het gevoeld hebben, want hij klauterde over de omheining en kwam onwennig naar haar toe. Ze struikelde een paar stappen achteruit en schudde haar hoofd. Ze blikte naar de man die hen al een tijdje in de gaten stond te houden. De man was haar meteen opgevallen, zijn blik was te geïnteresseerd en zijn manier van doen te losjes. Hij begreep het, draaide zich om en liep met zijn handen in zijn zakken weg, zonder nog eens om te kijken. Ze keek hem na, alsof haar ogen kogels waren en tot aan zijn hart konden geraken. “Ik kijk dwars door je heen, ik kijk recht in je hart…”
eyz(k)
egt mooii gschreve zuhh !!
en aan w doe da my to denke ?? :p
nee egt gebt u wel gbaseert op dingske e :p !!
ma dan no egt mooii !!!
swoentjjx